NTA 7914- verwachtingen waargemaakt?

De geruchten deden al even de ronde, ‘zou het er dit jaar dan écht van komen’? Ja hoor, op de valreep van 2021 publiceert het NEN de ontwerpversie van de lang verwachte Nederlands Technische Afspraak 7914 – ‘Explosieve atmosferen – Tijdelijk gebruik van niet-ATEX-apparaten in explosiegevaarlijk gebied’. Maar maakt de technische afspraak de verwachtingen waar? In deze publicatie lichten we alle ins en outs toe.

Aanleiding

De aanleiding voor de NTA 7914 is ontstaan op 23 januari 2020. Op deze datum werd artikel 3.5e lid e van het Arbeidsomstandighedenbesluit gewijzigd. Waar eerst stond:

voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, <> stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de categorieën als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en toegepast volgens de navolgende principes[…].

Stond nu:

voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, <> stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de categorieën als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en toegepast volgens de navolgende principes[…].

De wijziging van artikel 3.5e vond plaats omdat het artikel voorheen ten onrechte de indruk kon wekken dat het mogelijk was ter zake mindere eisen te stellen, een mindere strenge gevarenzone te kiezen, apparatuur of beveiligingsmiddelen te gebruiken uit een minder strenge categorie óf om zelfs in het geheel af te zien van het treffen van de vereiste maatregelen. Dit allemaal leek gelegitimeerd zolang in het explosieveiligheidsdocument de ‘andere eisen’ maar voldoende werden onderbouwd.

Onrust

Met de wijziging van artikel 3.5e lid e benadrukte De Wetgever dat er in gevarenzones onverkort gebruik moet worden gemaakt van apparaten en beveiligingsmiddelen volgens het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016. Echter, zowel werkgevers als I-SZW wisten niet goed waar ze aan toe waren. Niet iedere apparaat of beveiligingsmiddel was immers in een ‘explosieveilige variant’ verkrijgbaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan slijptollen, gasbranders, lasapparaten maar ook aan persoonsgebonden apparatuur zoals gehoorapparaten, insulinepompjes en polshorloges. De markt schreeuwde om een helder afwegingskader, een gestructureerde beoordelingsmethodiek.

Gelukkig bood de nota van toelichting enige verduidelijking en schetste een globale werkwijze.  Niet-explosieveilige’ apparaten en beveiligingsmiddelen mogen worden ingezet indien:

  • Het niet mogelijk is om de explosieve atmosfeer geheel te voorkomen of verder terug te dringen.
  • Het niet mogelijk is om, in relatie tot de gevarenzone, passende apparaten en beveiligingssystemen toe te passen.
  • Geschikte apparaten en/of beveiligingsmiddelen niet binnen een redelijke termijn beschikbaar komen.
  • Het werkzaamheden betreft waarbij apparaten of beveiligingsmiddelen slechts één keer worden ingezet. Indien apparatuur of beveiligingsmiddelen naar verwachting meer dan één keer gebruikt zullen worden moet de gebruiker ervoor zorgen dat geschikte varianten beschikbaar komen. De gebruikers moeten dus bij de fabrikant vragen naar de ontwikkeling van deze apparatuur of beveiligingsmiddelen.

Nog steeds resteerde er onduidelijkheid in ATEX-land. I-SZW handhaafde en werkgevers ageerde op onduidelijke gronden. Er heerste frustratie. Het was immers nog steeds niet duidelijk wat er nu wél en wat er nu niet was toegestaan. Gelukkig werd er al snel een werkgroep in het leven geroepen die zich richtte op het vaststellen van een werkmethode waarmee kon worden beoordeeld of ‘niet-explosieveilige’ apparaten en beveiligingsmiddelen op een veilige wijze kunnen worden toegepast in explosieve atmosferen. Paltrock-ATEX werd in deze werkgroep actief vertegenwoordigd door onze senior-collega én IECEx05 gecertificeerde trainer Theo Pijpker.

NTA 7914

De NTA 7914 heeft als doel om duidelijkheid te scheppen over de voorwaarden waaronder er veilig kan worden gewerkt met niet-explosieveilige apparaten in gevarenzones. Hierbij geldt als uitgangspunt dat er altijd eerst moet worden geprobeerd om de gevarenzone op te heffen óf om deze terug te brengen naar een zone 2 óf zone 22 gebied. Dit impliceert dat het uitvoeren van werkzaamheden met niet-explosieveilige apparaten in een zone 1 óf zone 21 gebied niet zijn toegestaan.

Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden in ‘de restzone’ met explosieveilige apparaten of beveiligingsmiddelen uit te voeren dan mag er een beoordeling worden uitgevoerd om vast te stellen of het apparaat of beveiligingsmiddel veilig kan worden gebruikt, hierbij gelden een aantal randvoorwaarden:

  • Het apparaat of beveiligingsmiddel mag alleen worden beoordeeld indien de fabrikant het apparaat niet specifiek heeft uitgesloten voor gebruik in gevarenzones.
  • Het gaat om een tijdelijke toepassing van het betreffende apparaat of beveiligingsmiddel.

Met het laatste aspect wordt de nota van toelichting gehonoreerd. Immers, als het om herhaaldelijke werkzaamheden gaat dan moet de gebruiker de fabrikant verzoeken om een ‘explosieveilige variant’ van het betreffende apparaat of beveiligingsmiddel te creëren.

Subgroepen

De NTA 7914 maakt een onderscheid tussen elektrische én tussen niet-elektrische apparaten en deelt deze op in drie verschillende groepen:

  • Subgroep A, het apparaat bevat géén potentiële ontstekingsbron en mag onverkort in de gevarenzone worden gebruikt.
  • Subgroep B, het apparaat bevat bij normaal bedrijf van het apparaat geen potentiële ontstekingsbronnen en mag onverkort in de gevarenzone worden gebruikt.
  • Subgroep C, het apparaat bevat bij normaal bedrijf van het apparaat wel potentiële ontstekingsbronnen en mag niet in de gevarenzone worden gebruikt.

Dit impliceert dat deze laatste groep apparaten alleen in de gevarenzone kan worden gebruikt indien deze tijdelijk is opgeheven of het werkgebied zodanig is beveiligd dat er geen interactie met de omringende omgeving meer mogelijk is zoals bijvoorbeeld een las- of heet-werk tent.

Tot apparaten van subgroep A behoren bijvoorbeeld ladders en steigers. Omdat deze arbeidsmiddelen geen potentiële ontstekingsbron bevatten vallen ze niet onder het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en mogen ze onverkort in een gevarenzone worden toegepast. De NTA 7914 impliceert echter niet dat er op dit moment in het geheel geen beoordeling meer hoeft plaats te vinden. De eindgebruiker moet bijvoorbeeld nog steeds maatregelen treffen om elektrostatische lading op een veilige wijze af te vloeien naar aarde. De vereiste technische en organisatorische maatregelen worden zoals vanouds vastgelegd in werkinstructies, -procedures, – vergunningen, risicobeoordelingen en/of veiligheids- en gezondheidsplannen.

Voor apparaten van subgroep B moet er een beoordelingsrapportage worden opgesteld. Uit de beoordelingsrapportage blijkt welke ontstekingsbronnen er aanwezig kunnen zijn én met welke activiteit deze actief kunnen worden. Ofwel, met de beoordelingsrapportage wordt aangetoond dat er sprake is van gelijkwaardigheid met categorie 3G en/of 3D uit het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016.

Wat opvalt is de praktische aard van de NTA 7914. Het document beslaat ‘slechts’ 50 pagina’s, is goed leesbaar en bevat een helder beslisschema. Daarbij worden van iedere subgroep apparaten diverse voorbeelden gegeven die worden verduidelijkt met foto’s. Ook beschrijft de NTA 7914 welke competenties er worden gesteld aan deskundige personen die explosieve atmosferen mogen reduceren en ‘niet-explosieveilige’ apparaten en beveiligingsmiddelen mogen beoordelen.

Verdict – zijn de verwachtingen waargemaakt?

Qua juridische grondslag verandert de NTA 7914 niets, maar dit was ook niet het doel. Het doel van de NTA 7914 is om (meer) duidelijkheid te bieden over de voorwaarden waaronder er veilig kan worden gewerkt met niet-explosieveilige apparaten in gevarenzones. Uiteraard zal dit in de nabije toekomst nog tot discussie leiden en moet er nader onderzoek worden uitgevoerd. Maar het belangrijkste is dat de NTA 7914 een praktisch én gestructureerd afwegingskader biedt. Daarin is de werkgroep zeker geslaagd én als de werkgevers, de fabrikanten en I-SZW met elkaar blijven communiceren dan biedt de NTA 7914 het fundament voor een uiterst praktische en heldere werkwijze. Missie geslaagd dus!

Mocht u vragen of opmerkingen hebben over de NTA 7914 schroom dan niet om contact met ons op te nemen. We staan graag aan uw zijde waar het over explosieveiligheid gaat. Voor nu wensen we u een gezond en veilig uiteinde van 2021! Graag zien we u weer in 2022!